In een adiabatisch koelsysteem wordt warme buitenlucht door natte koelingpads geperst door middel van een mechanische ventilator. De pads worden continu bevochtigd door een waterpomp. De afgekoelde lucht wordt vervolgens het gebouw ingeblazen. De uitgaande lucht kan dan tussen de 60 en 90% van de natteboltemperatuur worden afgekoeld, afhankelijk van de effectiviteit van de koelingpad. De aangevoerde lucht wordt 10 tot 15 °C afgekoeld, maar bevat een hoge luchtvochtigheid. Daarom wordt direct adiabatisch koelen niet aanbevolen voor koeling in werk- en woonomgevingen.
Tweetraps adiabatische koeling daarentegen levert een rendement op tot 114% van de natte bol, waardoor de temperatuur tot 7 °C lager ligt en door de lagere temperatuur tot 70% minder vocht bevat dan bij directe adiabatische koelingsprocessen.

De grafiek toont een voorbeeld van directe adiabatische koeling versus tweetraps indirect/direct adiabatische koeling met een buitenlucht van 35°C en 30% relatieve luchtvochtigheid. We zien dat directe adiabatische koeling binnenlucht produceert met een hoger vochtgehalte dan een tweetraps indirect/direct adiabatisch koelproces (~80% vs ~69%). Bovendien is het nattebolrendement van directe adiabatische koeling lager dan die van tweetraps adiabatische koeling (85% vs 114%). Tot slot is de vereiste luchtstroom om dezelfde binnentemperatuur van 25°C te bereiken met dezelfde warmtebelasting (11 kW) meer dan 3 keer zo hoog bij directe adiabatische koeling (20 960 m3 /h vs 6000 m3 /h). Dit betekent dat de vochtproductie van een directe adiabatisch koelen meer dan 5 keer hoger is (118 L/u vs 22 L/u).
Bekijk ons tweetraps adiabatische systeem op de IntrCooll pagina.